Grammatica Naslagwerk
Essentiële regels voor het eindexamen, gebaseerd op het examenpensum.
Accusativus cum Infinitivo (AcI)
ZinsbouwDe AcI wordt gebruikt om indirecte rede weer te geven. Het onderwerp van de bijzin staat in de accusativus en het werkwoord in de infinitivus. De tijd van de infinitivus geeft de tijdsverhouding aan ten opzichte van het hoofdwerkwoord. - Inf. Praesens: gelijktijdig - Inf. Perfectum: voortijdig - Inf. Futurum: natijdig
Voorbeelden
De Coniunctivus
WerkwoordDe coniunctivus (CON) wordt veel gebruikt in bijzinnen (modus subordinationis). In hoofdzinnen duidt hij een wens, mogelijkheid of aansporing aan. Belangrijke toepassingen: - Finalis (doel): ut/ne + CON - Consecutivus (gevolg): tam/ita ... ut + CON - Causalis (reden): cum + CON - Concessivus (toegevend): quamquam/cum + CON
Voorbeelden
Gerundium vs Gerundivum
WerkwoordGerundium (GRD): Zelfstandig naamwoord (het ...-en). Heeft alleen meervoudsvormen in GEN/DAT/ACC/ABL. Gerundivum (GRV): Bijvoeglijk naamwoord (dat ...- moet worden). Congruent met een zelfstandig naamwoord. Vaak vertaald als verplichting: 'liber legendus est' = het boek moet gelezen worden.
Voorbeelden
Ablativus Absolutus
ZinsbouwEen beknopte bijzin die losstaat van de rest van de zin (vandaar 'absolutus'). Bestaat uit een zelfstandig naamwoord + deelwoord (of naamwoord) in de ablativus. Vertaling: 'Nadat...', 'Omdat...', 'Terwijl...', 'Doordat...'.